Onze leefomgeving
Donderdag 29 oktober organiseer ik samen met studenten van Toegepaste Biologie op Yuverta in Tilburg een inspiratieavond met als thema ‘Onze leefomgeving’. Tijdens deze avond neem ik jullie mee in wat wij de afgelopen weken hebben geleerd.
Ik heb deze inspiratieavond georganiseerd om mensen te inspireren om duurzame keuzes te maken. Wij zijn een generatie die in de toekomst steeds meer met de gevolgen van klimaatverandering te maken zal krijgen. Tegelijkertijd zijn wij ook een generatie die iets kan bijdragen aan de manier waarop we met onze leefomgeving omgaan.
Wij kunnen als individu namelijk wel degelijk iets betekenen. Wanneer je duurzamere keuzes maakt in je dagelijks leven, kan dat bijdragen aan een duurzamere toekomst.
Daarvoor vind ik het interessant om eerst te kijken naar hoe jij leeft en wat jouw leefomgeving is. Je leefomgeving heeft namelijk veel invloed op de manier waarop je leeft. Waar je woont, hoe je je verplaatst, welke voorzieningen er in de buurt zijn en welke keuzes voor jou makkelijk of juist moeilijk te maken zijn, spelen daar allemaal een rol in.
Daarom wil ik eerst kijken naar onze leefomgeving. Als je duurzame keuzes wilt maken, is het belangrijk om te begrijpen dat de keuzes die je nu maakt mede worden beïnvloed door de omgeving waarin je woont.
Wat verstaan we eigenlijk onder een leefomgeving?
Het gaat dus niet alleen om je huis of de straat waarin je woont. Het gaat ook om hoe je je verplaatst, hoeveel natuur er bij jou in de buurt is, welke voorzieningen je hebt en welke mogelijkheden je omgeving jou biedt. Dit zijn allemaal onderdelen die samen jouw leefomgeving vormen.
Je leefomgeving kan veel van je dagelijkse keuzes beïnvloeden. Soms gebeurt dat zelfs zonder dat je daar bewust over nadenkt. Als er bij mij bijvoorbeeld een parkje om de hoek is, is het voor mij makkelijker om buiten te zijn en de natuur op te zoeken.
Maar je leefomgeving bepaalt niet precies hoe je leeft. Stel dat er geen park bij jou in de buurt is. Dan kom je misschien minder makkelijk bij natuur, maar je kunt er nog steeds voor kiezen om naar een park verderop te gaan. Je hebt dus zelf invloed op hoe je leeft, maar je omgeving geeft je bepaalde mogelijkheden en beperkingen.
Even beknopt samengevat: je hebt bepaalde voorzieningen en omstandigheden in jouw buurt die samen jouw leefomgeving vormen. Deze omgeving beïnvloedt de keuzes die je maakt, maar jij beïnvloedt ook zelf hoe je met die omgeving omgaat.
Identificeer daarom voor jezelf wat jouw leefomgeving is en hoe deze invloed heeft op de dagelijkse keuzes die je maakt.
Kijk bijvoorbeeld naar:
- Welke voorzieningen zijn er in het gebied waar jij woont?
- Hoe reis je naar je werk of school?
- Hoeveel natuur en groen is er bij jou in de buurt?
- Welke mogelijkheden biedt jouw omgeving om duurzame keuzes te maken?
- Welke keuzes worden juist moeilijker gemaakt door jouw omgeving?
Zo kun je de wisselwerking tussen jou en jouw leefomgeving steeds beter zien.
Want uiteindelijk kun je jezelf ook de vraag stellen:
Maken wij onze leefomgeving, of maakt onze leefomgeving ons?
Je maakt iedere dag keuzes die invloed hebben op je omgeving. Tegelijkertijd beïnvloedt diezelfde omgeving weer de keuzes die jij de volgende dag maakt.
Misschien begint duurzaam leven daarom niet alleen bij de vraag:
‘Welke keuze moet ik maken?’
Maar eerst bij de vraag:
‘Waarom maak ik eigenlijk de keuzes die ik maak?’
Wat heeft dit met duurzaamheid te maken?
Nu we hebben gekeken naar onze leefomgeving en de invloed daarvan op ons dagelijks leven, kunnen we de volgende stap maken: wat heeft dit eigenlijk met duurzaamheid te maken?
Elke dag maken we keuzes. Wat eten we? Hoe reizen we? Wat kopen we? Hoe wonen we? Hoeveel energie gebruiken we? En wat doen we met de spullen die we niet meer nodig hebben?
Deze keuzes hebben gevolgen voor onze leefomgeving en het milieu. Sommige keuzes hebben daarbij meer invloed dan andere. De manier waarop we ons verplaatsen, wat we eten, hoe we wonen en welke spullen we kopen kunnen bijvoorbeeld allemaal invloed hebben op de hoeveelheid grondstoffen, energie en uitstoot die nodig zijn.
Maar dat betekent niet dat iedere keuze die je maakt meteen een groot verschil moet maken. Het is juist interessant om te kijken naar welke keuzes binnen jouw eigen leven haalbaar zijn.
Een duurzame keuze kan namelijk voor de ene persoon makkelijker zijn dan voor de andere.
Als je bijvoorbeeld dicht bij school woont en goede fietspaden hebt, kan het makkelijk zijn om met de fiets te gaan. Woon je ver van school en is er weinig openbaar vervoer, dan kan dezelfde keuze veel moeilijker worden.
Ook bij voedsel en boodschappen speelt je omgeving een rol. Als er verschillende winkels en supermarkten dichtbij zijn, heb je misschien meer mogelijkheden om te kiezen waar en wat je koopt. Maar ook je budget, tijd, gezinssituatie en wat er beschikbaar is, kunnen invloed hebben op die keuze.
Daarom vind ik het belangrijk om duurzaamheid niet alleen te bekijken vanuit de vraag:
‘Welke duurzame keuze moet ik maken?’
Maar ook vanuit:
‘Welke keuzes zijn voor mij mogelijk binnen de omgeving waarin ik leef?’
Je kunt als individu dus zeker keuzes maken die bijdragen aan een duurzamere leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan vaker fietsen of lopen, minder verspillen, bewuster omgaan met energie, spullen langer gebruiken of nadenken over wat je koopt.
Maar tegelijkertijd zijn niet alle keuzes volledig individueel. Onze omgeving, voorzieningen en omstandigheden bepalen mede welke mogelijkheden we hebben.
Daarom gaat duurzaamheid voor mij niet alleen over wat jij als individu doet, maar ook over de omgeving waarin jij die keuzes maakt.
En dan ontstaat er weer een interessante wisselwerking:
Jij beïnvloedt je leefomgeving door de keuzes die je maakt.
Maar je leefomgeving beïnvloedt tegelijkertijd de keuzes die jij kunt maken.
Dat betekent dat duurzaam leven niet alleen begint met een lijstje van dingen die je wel of niet mag doen. Het begint misschien eerder met bewust worden van je eigen leefomgeving en begrijpen waarom bepaalde keuzes voor jou makkelijk of juist moeilijk zijn.
Wat kan ik als individu betekenen?
Als je eenmaal hebt gekeken naar je leefomgeving en naar de invloed daarvan op je dagelijkse keuzes, ontstaat vanzelf de vraag: wat kan ik hier zelf eigenlijk mee?
Eén persoon kan klimaatverandering natuurlijk niet alleen oplossen. Maar dat betekent niet dat je als individu geen invloed hebt. De keuzes die je iedere dag maakt, hebben gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan hoe je reist, wat je eet, wat je koopt, hoeveel energie je gebruikt en hoe lang je spullen gebruikt.
Maar misschien is het belangrijker om niet alleen te kijken naar de invloed van één persoon. Wat gebeurt er wanneer veel mensen vergelijkbare keuzes maken?
Een individuele keuze lijkt misschien klein. Maar wanneer een grote groep mensen hun gedrag verandert, kan dat uiteindelijk ook invloed hebben op de vraag naar bepaalde producten en diensten. Bedrijven kunnen daarop reageren en overheden kunnen regels en voorzieningen aanpassen. Op die manier kunnen individuele keuzes onderdeel worden van een grotere verandering.
Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om niet te doen alsof alles de verantwoordelijkheid van het individu is.
Een persoon kan er bijvoorbeeld voor kiezen om vaker de fiets te pakken, maar als er geen veilige fietspaden zijn, wordt die keuze moeilijker. Je kunt ervoor kiezen om minder energie te gebruiken, maar je hebt niet zelf bepaald hoe je huis gebouwd is. En je kunt duurzamere producten willen kopen, maar uiteindelijk zijn bedrijven ook verantwoordelijk voor wat zij produceren en hoe zij dat produceren.
Daarom ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij het individu.
De overheid, bedrijven en consumenten hebben allemaal invloed op de manier waarop onze leefomgeving eruitziet. De overheid kan bijvoorbeeld regels en voorzieningen creëren, bedrijven kunnen keuzes maken in productie en aanbod en als consument kun je bepalen waar je wel of niet geld aan uitgeeft.
Daarbij kun je jezelf afvragen:
Hoeveel verantwoordelijkheid kan ik nemen voor een probleem dat groter is dan ikzelf?
Misschien ligt het antwoord niet in alles perfect doen. Het kan ook betekenen dat je kijkt naar de keuzes waar je wel invloed op hebt.
Je hoeft dus niet meteen je hele leven om te gooien. Misschien begint het met bewuster worden van de keuzes die je al maakt.
Waarom pak ik eigenlijk de auto?
Waarom koop ik dit product?
Heb ik dit echt nodig?
Kan het ook anders?
En welke keuze past bij mijn eigen situatie?
Daarmee kom je weer terug bij waar deze hele zoektocht begon: je leefomgeving.
Je maakt keuzes binnen de omgeving waarin je leeft, maar door die keuzes beïnvloed je ook weer je omgeving. Dat maakt duurzaamheid geen kwestie van één perfecte keuze, maar van een voortdurende wisselwerking tussen mens, omgeving en maatschappij.
En misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste vraag:
Als ik mijn eigen leefomgeving niet volledig kan veranderen, welke invloed kan ik er dan wél op hebben?
De drie P’s: People, Planet en Profit
Wanneer we kijken naar duurzaamheid, kunnen we niet alleen kijken naar het milieu. Onze leefomgeving bestaat namelijk uit verschillende onderdelen die met elkaar samenhangen.
Daarom wordt er vaak gesproken over de drie P’s: People, Planet en Profit.
People gaat over de sociale waarde. Hierbij kijk je naar mensen en de manier waarop zij samenleven. Denk bijvoorbeeld aan gezondheid, veiligheid, sociale contacten, gelijke kansen en de leefbaarheid van een buurt.
Planet gaat over de ecologische waarde. Hierbij kijk je naar de natuur en de aarde waarop we leven. Denk aan klimaat, biodiversiteit, water, lucht, bodem en grondstoffen.
Profit gaat over de economische waarde. Hierbij kijk je bijvoorbeeld naar werkgelegenheid, bedrijven, productie, inkomen en de manier waarop iets economisch kan blijven bestaan.
Deze drie waarden staan niet los van elkaar. Ze hangen met elkaar samen en kunnen elkaar versterken, maar soms ook met elkaar botsen.
Waarom moeten de drie P’s eigenlijk met elkaar in verhouding zijn?
Omdat onze leefomgeving uit meer bestaat dan alleen natuur. We leven met elkaar, we hebben een economie nodig en we zijn afhankelijk van de aarde waarop we leven.
Als we alleen kijken naar economische groei, kunnen we de natuur en leefbaarheid onder druk zetten. Als we alleen naar het milieu kijken, kunnen keuzes misschien sociaal of economisch niet haalbaar zijn.
Duurzaamheid betekent daarom voor mij niet dat één van de drie altijd wint. Het betekent dat we proberen te kijken naar het geheel.
Wat is goed voor de aarde?
Wat is goed voor mensen?
En hoe zorgen we ervoor dat het ook economisch kan blijven bestaan?
Pas wanneer je die vragen samen bekijkt, krijg je een completer beeld van wat een duurzame leefomgeving kan zijn.
Een voorbeeld hiervan is het bouwen van een nieuwe woonwijk. Economisch gezien kan het bouwen van woningen zorgen voor werkgelegenheid en economische activiteit. Sociaal gezien kunnen er nieuwe woningen nodig zijn voor mensen die een plek zoeken om te wonen. Tegelijkertijd kan het bouwen van een wijk gevolgen hebben voor de natuur, biodiversiteit, waterafvoer en hoeveelheid groen.
Je kunt dus niet alleen naar één kant van het verhaal kijken.
Dat betekent niet dat de drie P’s altijd precies even zwaar moeten wegen. Soms kan een bepaalde waarde in een situatie belangrijker zijn dan een andere. Het gaat er vooral om dat je de andere waarden niet volledig uit het oog verliest.
Een keuze kan namelijk tegelijkertijd invloed hebben op People, Planet én Profit.
Neem bijvoorbeeld de keuze om vaker de fiets te pakken. Ecologisch kan dit betekenen dat er minder uitstoot en minder gebruik van fossiele brandstoffen is. Sociaal kan fietsen bijdragen aan beweging en een prettige leefomgeving. Economisch kan het betekenen dat je minder geld uitgeeft aan brandstof en onderhoud van een auto, maar het vraagt bijvoorbeeld ook om investeringen in goede fietspaden en voorzieningen.
Daarom kun je jezelf bij een duurzame keuze steeds opnieuw afvragen:
Wat betekent deze keuze voor de aarde?
Wat betekent deze keuze voor mensen?
En wat betekent deze keuze economisch?
Door op deze manier te kijken, zie je dat duurzaamheid niet uit één onderdeel bestaat.
Tot slot
Uiteindelijk begon deze inspiratieavond met een simpele vraag:
Wat is eigenlijk mijn leefomgeving?
Maar wanneer je daar langer over nadenkt, blijkt die vraag veel groter te zijn dan alleen de straat waarin je woont.
Je leefomgeving beïnvloedt de keuzes die je maakt. Tegelijkertijd beïnvloeden jouw keuzes weer de omgeving waarin je leeft. Daarbinnen krijg je te maken met mensen, de natuur en de economie. Alles hangt op een bepaalde manier met elkaar samen.
Daarom wil ik je niet vertellen welke keuzes je precies moet maken. Ik wil je vooral uitnodigen om bewuster naar je eigen keuzes en leefomgeving te kijken.
Want misschien begint verandering niet met het antwoord op de vraag:
‘Wat moet ik doen?’
Maar met het stellen van betere vragen.
Waarom leef ik zoals ik leef?
Welke invloed heeft mijn omgeving op mij?
Welke invloed heb ik zelf op mijn omgeving?
En hoe kunnen we samen een leefomgeving creëren waarin mens, natuur en economie met elkaar kunnen blijven bestaan?
Misschien maken wij onze leefomgeving.
Maar misschien maakt onze leefomgeving ons ook.
En misschien begint een duurzamere toekomst wel bij het moment waarop we daar bewust over na gaan denken.
Misschien zitten we midden in een nieuwe renaissance
We leven in een crisis.
Niet één crisis, maar meerdere tegelijk. Op geopolitiek niveau, cultureel niveau, sociaal niveau en digitaal niveau gebeurt er ontzettend veel.
Er gaat op dit moment gewoon fucking veel fout.
Oorlogen, klimaatproblemen, politieke spanningen, hoge prijzen en een wereld die door technologie steeds sneller verandert. En eerlijk gezegd heb ik nog lang geen oplossing gezien voor al die problemen.
Sterker nog, soms lijkt het alsof we steeds meer problemen erbij krijgen.
En daardoor verliezen we misschien ook een beetje onze hoop.
Maar wat nou als we deze periode ook anders kunnen bekijken?
Wat nou als er juist vanuit deze crisis een nieuwe doorbraak ontstaat?
Een soort Gen Z-renaissance.
Waarom een renaissance?
Maar waarom noem ik dit eigenlijk een renaissance?
De Renaissance was een periode waarin de manier waarop mensen naar de wereld keken sterk veranderde. Er ontstonden nieuwe ideeën over de mens, kennis, kunst en de wereld om ons heen. Het was geen periode waarin alle problemen ineens verdwenen, maar wel een periode waarin mensen anders gingen denken en nieuwe ideeën zich verspreidden.
Misschien gebeurt er nu iets vergelijkbaars.
We zitten midden in grote veranderingen op het gebied van klimaat, technologie, energie en de manier waarop we leven. Daardoor worden we opnieuw gedwongen om na te denken over hoe we vooruit willen, wat we belangrijk vinden en welke plek we zelf innemen binnen de wereld om ons heen.
Daarom gebruik ik het woord renaissance. Niet omdat we letterlijk opnieuw in de historische Renaissance terecht zijn gekomen, maar omdat ik denk dat een grote verandering in denken opnieuw mogelijk is.
Van fossiele energie naar een nieuwe toekomst
We zitten namelijk midden in enorme veranderingen. Kunstmatige intelligentie verandert bijvoorbeeld hoe we werken, leren en informatie gebruiken. Tegelijkertijd verandert ons energiesysteem. Zonnepanelen, batterijen, elektrische auto’s en andere duurzame technologieën worden steeds belangrijker.
Als ik daar vanuit mijn studie Toegepaste Biologie naar kijk, zie ik dat deze veranderingen eigenlijk veel meer met biologie te maken hebben dan je misschien in eerste instantie zou denken.
Energie en leven zijn namelijk sterk met elkaar verbonden. Fossiele brandstoffen zijn bijvoorbeeld ontstaan uit organisch materiaal van organismen die miljoenen jaren geleden leefden. Planten, algen en andere organismen legden door fotosynthese energie vast. Wanneer organisch materiaal onder bepaalde omstandigheden werd begraven en gedurende miljoenen jaren onder hoge druk en temperatuur veranderde, ontstonden uiteindelijk fossiele brandstoffen.
Als we vandaag olie en gas uit de grond halen, halen we eigenlijk opgeslagen energie uit het verleden van het leven op aarde.
Dat vind ik een bijzondere gedachte.
Ook de bodem vertelt een verhaal. In aardlagen, fossielen en overblijfselen van organismen kunnen we iets terugzien van wat er miljoenen jaren geleden gebeurde. Je kunt ontzettend veel aflezen uit de aarde onder onze voeten. De geschiedenis van het leven ligt letterlijk opgeslagen in de bodem.
En ondertussen zijn wij zelf bezig om een nieuwe laag aan die geschiedenis toe te voegen.
Juist daardoor kijk ik anders naar de veranderingen die nu plaatsvinden. De energietransitie gaat niet alleen over klimaatverandering. Het gaat ook over de vraag hoe wij in de toekomst met energie, grondstoffen en onze omgeving willen omgaan.
Een plek waar je deze verandering goed kunt zien, is Rotterdam. De haven is lange tijd sterk verbonden geweest met fossiele brandstoffen en industrie. Tegelijkertijd wordt er steeds meer gekeken naar elektriciteit, waterstof, verduurzaming en andere manieren om het energiesysteem te veranderen.
Daarmee verandert niet alleen de manier waarop we energie opwekken. Het verandert ook de manier waarop we nadenken over economie, technologie en onze leefomgeving.
De energietransitie gaat daarom voor mij niet alleen over het verminderen van klimaatproblemen. Er ontstaan ook nieuwe economische mogelijkheden, nieuwe technologieën en nieuwe manieren om met grondstoffen om te gaan.
Hierdoor ontstaat een verbinding tussen economische, ecologische en sociale waarde.
Juist die verbinding tussen de verschillende vormen van waarde vind ik interessant.
Een ander idee van vooruitgang
Misschien moeten we daarom ook anders gaan kijken naar wat we eigenlijk bedoelen met vooruitgang.
Lange tijd leek vooruitgang vooral te betekenen dat we meer konden produceren, sneller konden werken en steeds meer controle kregen over onze omgeving. Technologie werd vooral gebruikt om grenzen te verleggen.
Maar technologie en natuur hoeven helemaal geen tegenpolen te zijn. Juist door beter te begrijpen hoe natuurlijke systemen werken, kunnen we nieuwe oplossingen bedenken. In de biologie zie je bijvoorbeeld hoe ecosystemen samenwerken en hoe verschillende organismen van elkaar afhankelijk zijn. De natuur is niet simpel. Het zijn complexe systemen waarin ontzettend veel met elkaar samenhangt.
Daar kunnen we ook van leren. Niet door de natuur simpelweg na te doen, maar door beter te begrijpen hoe zulke systemen werken en die kennis te gebruiken voor nieuwe oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan circulaire systemen, regeneratieve landbouw of materialen die op biologische processen zijn gebaseerd.
Daarom zie ik de energietransitie ook niet alleen als een manier om klimaatverandering tegen te gaan. Het kan ook een verandering zijn in de richting waarin we vooruit willen.
Niet alleen: hoe kunnen we meer produceren?
Maar ook: hoe kunnen we slimmer omgaan met de systemen waar we zelf onderdeel van zijn?
Dat vind ik eigenlijk een interessante gedachte voor een nieuwe renaissance. Niet terug naar vroeger, maar vooruit met een ander idee van vooruitgang.
Technologie blijft belangrijk, maar misschien verandert wel waarvoor we haar gebruiken.
Van de natuur tegenover ons naar de natuur waar we onderdeel van zijn.

Patronen in de natuur
Tijdens mijn opleiding Toegepaste Biologie leer ik steeds meer over verbanden en patronen in de natuur. Een voorbeeld daarvan zijn fractalen.
Een fractal is een patroon waarbij een bepaalde vorm zich op verschillende schalen opnieuw kan herhalen. Een mooi voorbeeld is een varen. Als je naar een hele varen kijkt, zie je een bepaalde vorm. Kijk je vervolgens naar een deel van het blad, dan zie je opnieuw een vergelijkbaar patroon terugkomen. Je ziet dit soort vertakkingen ook bij bomen en andere structuren in de natuur.
Wat ik hier interessant aan vind, is dat iets wat ingewikkeld lijkt kan ontstaan uit een relatief eenvoudig patroon dat zich steeds opnieuw herhaalt.
En misschien gebeurt zoiets niet alleen in de natuur.
Ook in ons gedrag kunnen patronen ontstaan. Een kleine keuze kan zich steeds opnieuw herhalen en daardoor een gewoonte worden. Die gewoonte kan weer invloed hebben op andere keuzes. Uiteindelijk kan iets wat klein begon onderdeel worden van een veel groter patroon.
Een gedachte kan eigenlijk hetzelfde doen.
Eén persoon krijgt een idee en deelt het met iemand anders. Die persoon gaat erover nadenken en vertelt het misschien weer verder. Langzaam kan zo’n idee zich verspreiden en onderdeel worden van een groter maatschappelijk gesprek.
Denk bijvoorbeeld aan vergroening van een buurt, anders omgaan met voedsel of jongeren die elkaar informeren over klimaat en biodiversiteit.
Misschien begint een grote verandering juist met iets wat op het eerste gezicht heel klein lijkt.
Net zoals bij een varen een patroon steeds verder kan vertakken, kan een idee zich steeds verder verspreiden.
Misschien is dat ook een manier waarop een renaissance ontstaat.
Waar geef ik mijn aandacht aan?
Naast al deze veranderingen merk ik bij mezelf nog iets anders. Als je iedere dag het nieuws volgt, kan het soms voelen alsof de wereld alleen maar slechter wordt.
Ik volg zelf ook het nieuws en wil de problemen die er zijn niet negeren. Maar ik merk wel dat waar je aandacht aan geeft invloed heeft op hoe je naar de wereld kijkt.
Er is een uitspraak die ik mooi vind:
“Where your attention goes, energy flows.”
Ik zie dit niet als een wetenschappelijke waarheid, maar meer als een gedachte om over na te denken.
Als je ineens geïnteresseerd bent in een bepaald automerk, lijkt het bijvoorbeeld alsof je die auto’s opeens overal ziet. Die auto’s reden daar waarschijnlijk daarvoor ook al, maar je lette er minder op.
Ook in onze hersenen speelt aandacht een belangrijke rol. De bekende uitspraak die wordt geassocieerd met Donald Hebb is: “Neurons that fire together, wire together.” Kort gezegd betekent dit dat verbindingen in de hersenen sterker kunnen worden wanneer bepaalde zenuwcellen regelmatig samen actief zijn.
Dat vind ik interessant, omdat het laat zien dat wat we vaak aandacht geven invloed kan hebben op hoe we dingen waarnemen en verwerken.
Daarom probeer ik niet alleen te kijken naar wat er allemaal fout gaat, maar ook naar oplossingen en ontwikkelingen die laten zien dat verandering mogelijk is.
Niet om problemen mooier te maken dan ze zijn, maar om ook een andere kant van het verhaal te kunnen zien.
Misschien hoort dat ook bij een nieuwe renaissance: niet wegkijken van wat er misgaat, maar juist vanuit die problemen opnieuw kijken naar wat er mogelijk is.
Bewustwording en keuzes
Misschien verandert een renaissance niet alleen wat we doen, maar ook hoe we naar onszelf en onze omgeving kijken.
Sinds ik Toegepaste Biologie studeer, merk ik dat ik steeds vaker geïnteresseerd raak in vragen achter wat ik direct kan zien. In de les hebben we bijvoorbeeld kort iets over kwantumfysica gehad. Ik vind het interessant dat de werkelijkheid op hele kleine schaal anders kan werken dan wat wij in het dagelijks leven gewend zijn.
Niet omdat kwantumfysica bewijst dat aura’s bestaan of dat spiritualiteit klopt. Dat zijn verschillende dingen. Een aura als spiritueel energieveld rond een persoon is bijvoorbeeld geen wetenschappelijk aangetoond verschijnsel.
Het herinnert mij vooral aan het feit dat we niet alles wat bestaat direct kunnen zien of begrijpen.
En daardoor kom ik weer bij een andere vraag:
Hoe bewust zijn we eigenlijk van de keuzes die we maken?
Neem bijvoorbeeld de keuze tussen de auto en de fiets. Op het eerste gezicht lijkt dat een simpele vrije keuze. Maar als het regent, je haast hebt, je moe bent of gewend bent om altijd de auto te pakken, wordt die keuze anders.
Ook je omgeving speelt mee. Goede fietspaden en voorzieningen dichtbij kunnen fietsen makkelijker maken. Een bestemming ver weg en weinig mogelijkheden om de fiets te stallen kunnen de auto aantrekkelijker maken.
Ik maak uiteindelijk zelf de keuze, maar die keuze ontstaat niet helemaal los van mijn omgeving, mijn ervaringen en alles wat om mij heen gebeurt.
Wij beïnvloeden onze omgeving, maar onze omgeving beïnvloedt ons ook.
Daarom vind ik bewustwording belangrijk. Als je begrijpt waarom je bepaalde keuzes maakt, kun je er ook bewuster over nadenken.
Misschien begint verandering daarom niet met een grote revolutie, maar met iets veel kleiners:
een moment waarop je jezelf afvraagt waarom je iets eigenlijk doet.
Alles hangt met elkaar samen
Sinds ik Toegepaste Biologie studeer, merk ik steeds meer dat onderwerpen niet los van elkaar staan.
Biologie staat niet los van scheikunde, natuurkunde of wiskunde. In een ecosysteem komen planten, dieren, water, bodem, energie en allerlei chemische processen samen.
Ook voedselproductie staat niet los van economie, natuur en gezondheid. Technologie heeft weer invloed op energiegebruik en op de manier waarop we leven.
Alles hangt met elkaar samen.
Daarom stel ik mezelf steeds vaker vragen als:
Hoe werkt dit? Waarom gebeurt dit? En waar staat dit mee in verbinding?
En die vragen gaan inmiddels verder dan alleen biologie. Psychologie, sociologie, technologie, economie en filosofie kijken allemaal op een andere manier naar de wereld en naar de verbanden tussen dingen.
Misschien hebben we juist daarom verschillende vakgebieden nodig om de wereld beter te begrijpen.
Ook dat past voor mij bij het idee van een nieuwe renaissance: verschillende manieren van denken niet los van elkaar zien, maar juist gebruiken om een groter geheel te begrijpen.
Mijn eigen leefomgeving
Een goed voorbeeld daarvan is mijn schoolproject over ‘Mijn leefomgeving’.
Samen met mijn groep onderzoek ik de ecologische, sociale en economische waarde van onze leefomgeving. Daarbij kijk je niet alleen naar gebouwen en straten, maar ook naar groen, water, dieren, mensen, voorzieningen en de manier waarop een buurt is ingericht.
Het project heeft er ook voor gezorgd dat ik anders naar mijn eigen omgeving ben gaan kijken.
Een straat waar ik eerst gewoon doorheen liep, ziet er anders uit als je bewust kijkt naar de bomen, gebouwen, verkeersstromen, water, mensen en de manier waarop de ruimte wordt gebruikt.
En iedereen kan dezelfde omgeving anders ervaren. Voor de één voelt een drukke stad levendig en interessant, terwijl een ander juist rust zoekt in een groene omgeving.
Een leefomgeving bestaat daarom niet alleen uit wat je fysiek om je heen ziet. Ook je ervaringen, gewoontes, sociale contacten en gevoel van verbondenheid spelen een rol.
Maken wij onze leefomgeving, of maakt onze leefomgeving ons?
Dat is uiteindelijk een vraag die ik uit dit project heb meegenomen.
Wij bouwen huizen en wegen, planten bomen, verwijderen groen en bepalen hoe we met water omgaan. Daarmee maken wij onze leefomgeving.
Maar onze leefomgeving bepaalt ook wat voor ons makkelijk of moeilijk wordt.
Een goede fietsinfrastructuur kan fietsen aantrekkelijker maken. Een volledig betegelde omgeving kan tijdens warme dagen sneller opwarmen. Een park kan ruimte geven voor natuur, ontspanning en ontmoeting.
Onze keuzes worden dus niet alleen bepaald door wat we zelf willen. De omgeving waarin we leven speelt daar ook een rol in.
En juist daarom vind ik het interessant om mensen niet simpelweg te vertellen hoe ze moeten leven.
Ik wil ze vooral aan het denken zetten.
Misschien is het al genoeg als iemand na een gesprek of een presentatie denkt:
“Hé, zo had ik er nog nooit naar gekeken.”
Want misschien begint verandering inderdaad klein.
Een gedachte kan leiden tot een andere keuze. Een andere keuze kan een gewoonte worden. Een gewoonte kan zich verspreiden. En uiteindelijk kan iets kleins onderdeel worden van een veel groter patroon.
Misschien zitten we midden in een nieuwe renaissance
Misschien weten we pas over tientallen jaren of mensen onze tijd daadwerkelijk een nieuwe renaissance gaan noemen.
Maar eigenlijk vind ik dat niet eens het belangrijkste.
Voor mij gaat het vooral om de vraag of we opnieuw durven nadenken over hoe we willen leven, wat we onder vooruitgang verstaan en welke plek we innemen binnen het grotere geheel.
We leven in een tijd waarin technologie zich razendsnel ontwikkelt, klimaat en biodiversiteit onder druk staan en onze manier van leven verandert. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe ideeën, nieuwe kennis en nieuwe mogelijkheden.
Misschien zit daar juist de kans.
Niet om terug te gaan naar vroeger, maar om opnieuw te bepalen waar we naartoe willen.
Misschien is dat precies waar een renaissance begint.
Niet bij een grote revolutie, maar bij een gedachte die ineens bij iemand binnenkomt.
Een uitnodiging
In mijn hersenspinsels zie ik dus een soort revolutie ontstaan. Hoe meer ik mij verdiep in biologie, hoe meer ik ontdek dat de natuur ingewikkelder is dan we met het blote oog kunnen zien. Achter de wereld die wij dagelijks ervaren zitten processen op verschillende niveaus. Van ecosystemen en organismen tot cellen, moleculen en uiteindelijk de allerkleinste deeltjes.
Ik ben mijn opleiding gestart omdat ik iets wilde betekenen voor de toekomst. Ik wilde niet alleen weten wat er gebeurt in de natuur, maar vooral begrijpen waarom het gebeurt en hoe alles met elkaar samenhangt.
De eerste periode van mijn studie werk ik toe naar een groot project: Mijn leefomgeving. Mijn revelation is dus eigenlijk om mijn ideeën met jullie te delen en jullie te inspireren om eens anders naar je eigen leefomgeving te kijken. Heel het idee erachter is om mensen te inspireren om duurzame keuzes te maken. Want ik geloof dat een verandering bij een gedachte begint.
En het valt me nu ineens te binnen: misschien is dit wel precies mijn revelation. Ineens anders naar je eigen leefomgeving kijken.
Want als je daar echt over nadenkt, bestaat er niet zoiets als één leefomgeving die voor iedereen hetzelfde is. Iedereen leeft ergens anders, tussen andere mensen, in een andere omgeving en met andere ervaringen. De één woont midden in de stad, de ander tussen het groen. De één heeft veel natuur om zich heen, terwijl een ander vooral steen, verkeer en gebouwen ziet.
Zelfs als twee mensen in dezelfde straat wonen, kan hun leefomgeving nog steeds anders voelen.
En het thema diversiteit staat centraal
Niet alleen de diversiteit die we in de biologie kennen, zoals verschillende soorten planten en dieren, maar ook de diversiteit in de manier waarop mensen hun omgeving ervaren.
Tijdens onze inspiratieavond komen al die verschillende leefomgevingen samen.
Dat vind ik eigenlijk best bijzonder.
Iedereen neemt als het ware zijn eigen stukje wereld mee. Zijn eigen ervaringen, ideeën en manier van kijken. En misschien hoeven we het helemaal niet met elkaar eens te zijn. Misschien is het juist interessant dat we vanuit verschillende leefomgevingen naar hetzelfde onderwerp kunnen kijken.
Want misschien zie je pas hoe bijzonder jouw eigen leefomgeving is als je hoort hoe iemand anders naar die van hem of haar kijkt.
Daarom wil ik met dit project niet alleen vertellen wat een duurzame leefomgeving volgens mij zou moeten zijn. Ik wil vooral vragen oproepen.
Hoe ziet jouw leefomgeving eruit?
Welke invloed heeft die op jou?
Welke keuzes maak jij daardoor?
En misschien nog belangrijker:
Maken wij onze leefomgeving, of maakt onze leefomgeving ons?
Want wij veranderen onze omgeving voortdurend. We bouwen steden, veranderen landschappen, produceren voedsel en bepalen welke ruimte natuur krijgt. Tegelijkertijd beïnvloedt die omgeving ook ons. De plek waar je opgroeit, de mensen om je heen, de natuur die je ziet en de keuzes die voor jou makkelijk of moeilijk worden gemaakt, kunnen allemaal invloed hebben op hoe je leeft en denkt.
Het werkt dus misschien twee kanten op.
Wij maken onze leefomgeving, maar onze leefomgeving maakt ook ons.
En misschien is dat uiteindelijk waar ik met deze inspiratieavond naartoe wil.
Niet dat iedereen na die avond precies hetzelfde denkt.
Maar dat iemand naar huis gaat en denkt:
Hé, zo had ik er nog nooit naar gekeken.
Misschien is dat al genoeg.
Want misschien begint verandering inderdaad bij een gedachte.
En als verschillende gedachten bij elkaar komen, kunnen daar weer nieuwe ideeën uit ontstaan.
Donderdag 29 oktober komen we daarom samen rondom één onderwerp: onze leefomgeving.
Verschillende mensen.
Verschillende ervaringen.
Verschillende leefomgevingen.
Maar één avond om ze met elkaar te verbinden.
En misschien begint daar wel iets nieuws.
Niet bij een grote revolutie, maar bij een gedachte die ineens bij iemand binnenkomt.
Plaats een reactie