Gedachtennavigator

Ik geef je geen antwoorden, maar nieuwe richtingen om over na te denken

Van de ontdekking van de mens naar de herontdekking van de natuur

Een diertje, een bacterie en regen. Wat hebben deze met elkaar gemeen?

Exactly, ze hebben allemaal invloed op het leven om ons heen. Een bacterie kan onderdeel zijn van een ecosysteem, regen beïnvloedt de bodem en planten zijn afhankelijk van water en allerlei organismen om hen heen. Alles staat op een bepaalde manier met elkaar in verbinding. Sommige organismen leven zelfs langdurig met elkaar samen. Dat noemen we symbiose.

Hoe langer ik mij met biologie bezighoud, hoe meer ik begin te beseffen dat de natuur niet bestaat uit allemaal losse onderdelen. Het is een groot netwerk van relaties waarin organismen elkaar beïnvloeden.

En misschien hebben die relaties wel veel meer invloed op ons dan we denken.

De mens boven de natuur

In de westerse geschiedenis veranderde de manier waarop mensen naar de natuur keken sterk. Vooral vanaf de vroegmoderne tijd, ongeveer vanaf de zestiende eeuw, ontwikkelde zich in Europa een wereldbeeld waarin de mens steeds meer als zelfstandig en bijzonder werd gezien. De natuur werd steeds vaker iets wat onderzocht, gebruikt en beheerst kon worden.

Het idee dat de mens boven de natuur staat, vind ik interessant als ik kijk naar iets simpels als een kamerplant. Veel kamerplanten komen oorspronkelijk uit andere delen van de wereld. Wij bepalen waar ze komen te staan, hoeveel licht ze krijgen en hoeveel water ze krijgen. Wij veranderen dus de omstandigheden waarin een organisme leeft.

Maar het werkt ook andersom. De omstandigheden waarin een plant terechtkomt, bepalen weer hoe hij kan groeien en leven.

Wij beïnvloeden onze omgeving, maar onze omgeving beïnvloedt ons ook.

Dat begon ik mij tijdens mijn project over mijn leefomgeving steeds meer te realiseren. Door onderzoek te doen naar mijn eigen wijk kwam ik erachter hoe sterk wij als mensen onze omgeving hebben veranderd. We bouwen huizen, leggen wegen aan, verharden de bodem, veranderen waterstromen en bepalen waar groen en natuur een plek krijgen.

Onze leefomgeving is daardoor niet alleen iets waar we ons aan aanpassen. We zijn haar zelf steeds meer gaan vormgeven. Maar daarmee veranderen we ook de omstandigheden waarin wij zelf leven.

Een versteende omgeving kan bijvoorbeeld warmer worden. Een park kan verkoeling en ruimte geven. De hoeveelheid groen kan invloed hebben op hoe mensen hun omgeving gebruiken.

Misschien is dat wel de ironie: we hebben onze omgeving steeds meer naar onze hand gezet, maar daardoor is onze omgeving tegelijkertijd steeds meer onderdeel geworden van wie wij zijn.

En precies daar begint voor mij de gedachte aan een groene renaissance.


Wat is een renaissance eigenlijk?

Het woord renaissance betekent letterlijk ‘wedergeboorte’ en komt uit het Frans. De term wordt gebruikt voor de culturele en intellectuele periode die in Europa ongeveer vanaf de veertiende eeuw ontstond en vooral in de vijftiende en zestiende eeuw sterk tot ontwikkeling kwam.

Het begrip wordt ook breder gebruikt voor perioden waarin sprake is van een heropleving of nieuwe ontwikkeling van kennis, cultuur en ideeën.

Dus wat bedoel ik met de groene renaissance?

Ik wil hiermee niet zeggen dat er na de historische Renaissance automatisch een nieuwe Renaissance is ontstaan. Mijn groene renaissance staat daar los van. Ik gebruik de Renaissance als vergelijking: net zoals er toen een verandering in het denken plaatsvond, vraag ik mij af of we nu opnieuw een verandering in ons wereldbeeld kunnen zien.

Wat ik interessant vind, is dat ideeën tijdens de Renaissance zich steeds makkelijker konden verspreiden. De uitvinding van de boekdrukkunst speelde daar bijvoorbeeld een belangrijke rol in. Kennis en ideeën konden op grotere schaal worden gedeeld.

Als ik kijk naar de tijd waarin wij nu leven, moet ik soms denken aan AI.

AI kan informatie, ideeën en kennis op een enorme schaal toegankelijk maken. Natuurlijk is AI niet hetzelfde als de boekdrukkunst. Maar beide laten zien hoe nieuwe technologie invloed kan hebben op de manier waarop we leren, creëren en kennis delen.

De vraag is daarom niet alleen wat AI met ons gaat doen, maar ook hoe wij ervoor kiezen om ermee om te gaan.

En misschien is dat precies waar onze generatie een rol in kan spelen.

Een moderne renaissance?

Misschien bevinden we ons wel aan het begin van een soort moderne renaissance. Niet omdat we de Renaissance opnieuw gaan beleven, maar omdat we opnieuw kritisch kunnen kijken naar de manier waarop we leven.

Tijdens de Renaissance veranderde de manier waarop mensen naar zichzelf en de wereld keken. Misschien kan onze tijd ook zo’n verandering in denken laten zien.

Alleen gaat het deze keer misschien niet alleen om de ontdekking van de mens, maar ook om de herontdekking van onze verbondenheid met de natuur.

Klimaatverandering laat zien dat wij niet losstaan van onze omgeving. Wat wij doen heeft gevolgen voor ecosystemen, biodiversiteit, water, bodem en lucht. Die veranderingen komen uiteindelijk ook weer bij ons terecht.

Bewustwording is daarin een belangrijk begin, maar kennis alleen verandert nog geen gedrag. Toch zie ik om mij heen steeds meer kleine groepen mensen die hun buurt vergroenen, natuur herstellen, anders omgaan met voedsel of kennis delen over klimaat en biodiversiteit.

Misschien begint een verandering wel altijd op die manier.

Eén persoon denkt anders. Die persoon deelt een idee. Iemand anders raakt geïnspireerd. Daarna ontstaat een kleine groep en kan een gedachte zich steeds verder verspreiden.

Niet één grote revolutie die alles in één keer verandert.

Maar een langzaam veranderend wereldbeeld.

Van de mens als middelpunt naar de mens als onderdeel van het geheel.

Alles hangt met elkaar samen

Sinds ik Toegepaste Biologie studeer, merk ik steeds vaker dat verschillende onderwerpen helemaal niet zo los van elkaar staan als ik vroeger dacht.

Biologie heeft bijvoorbeeld veel te maken met scheikunde, en scheikunde weer met natuurkunde en wiskunde. Ook in een ecosysteem komen verschillende processen samen. Planten, dieren, water, bodem, energie en chemische processen beïnvloeden elkaar voortdurend.

Hetzelfde geldt voor onze samenleving. Voedselproductie heeft bijvoorbeeld te maken met landbouw, economie, natuur en gezondheid.

Alles hangt met elkaar samen.

Vanuit mijn opleiding kijk ik daardoor steeds vaker naar relaties en verbanden. Maar dit soort denken is natuurlijk niet alleen iets van de biologie. Ook psychologie, sociologie, techniek, economie en filosofie kijken ieder vanuit hun eigen perspectief naar hoe dingen met elkaar samenhangen.

Juist door die verschillende manieren van denken te verbinden, kun je een groter geheel zien. En misschien is dat belangrijk voor een groene renaissance: niet vanuit één vakgebied naar de wereld kijken, maar verschillende kennis en perspectieven met elkaar verbinden.

Een verandering in bewustzijn

Als ik mijn idee van een groene renaissance probeer uit te leggen, zie ik een aantal veranderingen in de manier waarop we naar de wereld kunnen kijken.

Van antropocentrisme naar ecocentrisme

Een eerste verandering gaat van antropocentrisme naar ecocentrisme.

Antropocentrisme betekent kort gezegd dat de mens centraal staat. Vanuit die manier van denken kun je natuur vooral bekijken vanuit het nut dat het voor de mens heeft. Een bos levert hout, een rivier water en landbouwgrond voedsel.

Maar wanneer we de mens niet meer als middelpunt bekijken, ontstaat een ander perspectief.

De verandering wordt dan:

“De natuur is er voor de mens.”

naar:

“De mens is onderdeel van de natuur.”

Voor mij is dat een vorm van renaissance omdat het onze manier van kijken verandert. We kijken niet meer alleen naar wat de natuur ons kan opleveren, maar ook naar de relaties waarvan wij zelf onderdeel zijn.

Van korte termijn naar intergenerationeel denken

Een tweede verandering gaat over tijd.

Ik geloof namelijk dat Generatie Z misschien wel een van de sterkste generaties kan worden. Niet omdat wij het makkelijk hebben gehad, maar misschien juist omdat we in korte tijd met ontzettend veel verschillende dingen te maken hebben gekregen.

We leven met klimaatverandering, oorlogen, economische onzekerheid en grote sociale veranderingen. Via sociale media krijgen we voortdurend informatie uit allerlei delen van de wereld binnen.

Dat kan zwaar zijn, maar het kan ons ook bewuster maken van wat er speelt. Daardoor kijken we niet alleen naar onze eigen toekomst, maar steeds vaker naar de toekomst die daarna komt.

Dat noem je intergenerationeel denken. Je kijkt niet alleen naar wat iets voor jou betekent, maar ook naar de gevolgen voor toekomstige generaties.

De verandering is dan:

“Wat levert het mij nu op?”

naar:

“Wat laat ik achter?”

Misschien is dat wel een belangrijke kracht van onze generatie: dat we niet alleen meemaken dat de wereld verandert, maar ons ook afvragen welke wereld we zelf willen achterlaten.

Van ‘hebben’ naar ‘zijn’

Een derde verandering gaat over wat wij waardevol vinden.

In onze samenleving wordt succes vaak gekoppeld aan wat je hebt. Geld, een groot huis, spullen, een mooie auto of een bepaalde levensstandaard.

Maar waarde zit voor mij niet alleen in bezit. Tijd, verbinding, creativiteit, persoonlijke ontwikkeling, natuur en betekenisvol werk kunnen minstens zo belangrijk zijn.

De verandering zou dan kunnen zijn:

“Wat kan ik krijgen?”

naar:

“Hoe wil ik leven?”

Voor mij gaat een groene renaissance daarom niet alleen over hoe we met de natuur omgaan, maar ook over hoe we naar ons eigen leven en onze waarden kijken.

Van angst naar actieve hoop

Een vierde verandering gaat over hoe we omgaan met klimaatverandering.

Ik merk dat klimaatverandering soms best veel angst kan oproepen. De problemen zijn groot en soms lijkt het alsof je als individu daar nauwelijks iets aan kunt veranderen.

Toch wil ik niet blijven hangen in dat gevoel.

Actieve hoop betekent voor mij niet dat je het probleem kleiner maakt. Je erkent dat het bestaat en kijkt vervolgens naar wat er wél mogelijk is.

De gedachte verandert dan van:

“Het probleem is te groot, dus het heeft geen zin.”

naar:

“Het probleem is groot, dus laten we kijken wat wél mogelijk is.”

Misschien hoeft angst dus niet te verdwijnen. Misschien hoeft het alleen niet het laatste woord te hebben.

De herontdekking van de natuur

Als de historische Renaissance voor een deel gezien kan worden als een hernieuwde aandacht voor de mens, dan zie ik de groene renaissance als een mogelijke hernieuwde aandacht voor de natuur en onze relatie daarmee.

De natuur zelf is natuurlijk nooit verdwenen. Wat veranderd is, is vooral hoe wij ernaar kijken.

We zijn steeds meer gaan onderzoeken hoe ecosystemen werken, hoe soorten met elkaar communiceren, hoe biodiversiteit ontstaat en hoe belangrijk verschillende organismen voor elkaar zijn.

Hoe meer we leren, hoe moeilijker het wordt om de natuur als een verzameling losse dingen te zien.

Een plant staat niet zomaar ergens.

Een dier leeft niet zomaar ergens.

Water stroomt niet zomaar door een landschap.

Alles maakt onderdeel uit van een groter geheel.

Misschien zijn wij veranderd in de manier waarop we naar de natuur kijken.

En dat vind ik misschien wel het interessantste aan mijn idee van een groene renaissance.

Het begint klein

Wanneer we het woord renaissance of revolutie horen, denken we misschien snel aan iets groots. Een gebeurtenis die alles verandert.

Maar misschien werkt verandering helemaal niet zo.

Een grote verandering kan beginnen met een paar mensen die anders naar iets gaan kijken.

Iemand besluit zijn omgeving te vergroenen. Een groep mensen gaat natuur herstellen. Jongeren gaan zich verdiepen in klimaat en biodiversiteit. Iemand deelt kennis met anderen.

Los van elkaar lijken dat kleine dingen.

Maar wanneer steeds meer mensen elkaar daarin vinden, kunnen kleine veranderingen samen een groter patroon vormen.

Misschien is een renaissance daarom niet één moment.

Misschien is het een proces.

Een verandering die begint in het hoofd van mensen en zich vervolgens langzaam verspreidt naar de manier waarop we leven.

Waar ligt dan het kantelpunt?

En dan kom ik bij een vraag waar ik zelf nog geen duidelijk antwoord op heb.

Waar ligt het kantelpunt precies?

Wanneer verandert bewustzijn in een ander wereldbeeld?

Misschien gaat het stap voor stap.

Eerst stel je een vraag. Daarna ga je op zoek naar een antwoord. Door nieuwe informatie kan je mening veranderen. Daaruit kan ander gedrag ontstaan. En wanneer meerdere mensen dat doen, kan er uiteindelijk een verandering in de samenleving ontstaan.

Daarom weten we nu nog niet of mensen over honderd jaar naar onze tijd zullen kijken als een soort groene renaissance.

Maar misschien is dat ook niet het belangrijkste.

Belangrijker vind ik de vragen die we nu al kunnen stellen:

Wat is onze plek in de natuur?

Wat willen we achterlaten?

Hoe willen we leven?

De vergelijking met de Renaissance

Als ik mijn hele gedachte bij elkaar probeer te brengen, zie ik vooral een verandering in perspectief.

De historische Renaissance wordt vaak verbonden met een periode waarin de mens, kennis, wetenschap en cultuur opnieuw veel aandacht kregen.

Mijn idee van een groene renaissance gaat over een mogelijke verschuiving in hoe we naar onszelf en onze omgeving kijken.

Van:

mens tegenover natuur

naar:

mens als onderdeel van de natuur.

Van:

korte termijn

naar:

denken aan toekomstige generaties.

Van:

hebben

naar:

zijn.

En van:

angst

naar:

actieve hoop.

Voor mij hoeft een groene renaissance dus geen officiële historische periode te zijn. Het is vooral een manier om na te denken over een verandering die misschien al langzaam bezig is.

Een verandering in hoe we kijken.

Naar onszelf.

Naar elkaar.

Naar technologie.

En vooral naar de natuur.

Want misschien begint iedere grote verandering uiteindelijk met iets heel kleins:

een mens die een vraag stelt en besluit niet zomaar genoegen te nemen met het antwoord.

Posted in

Plaats een reactie